‘t Is geen loterij... Iedereen wint erbij!

Een monument dat steen na steen werd opgetrokken

Er is niet altijd een sociale zekerheid geweest, en die is ook niet uit de lucht komen vallen.

De eerste stenen werden gelegd aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Onder druk en op het initiatief van de arbeidersbeweging zagen een reeks noodkassen en sociale verzekeringskassen het licht, meestal op basis van vrijwillige bijdragen.

De crisis en de grote stakingen, gepaard met rellen in 1886, brachten de sociale kwestie ook op het politieke niveau ter sprake. De mutualiteiten die door de werknemers samen opgebouwd werden, kregen subsidies maar een algemeen systeem van sociale zekerheid en bescherming was nog veraf.

De eerste sociale wetten kwamen er in de loop van de 20ste eeuw:

  • de wet van 1903 op de arbeidsongevallen;
  • de wetten van 1924 en 1925 over de ouderdomsverzekering;
  • de wet van 1927 op de beroepsziektes;
  • de wet van 1936 op de jaarlijkse vakantie.

Maar de verzekeringen tegen ziekte, invaliditeit of werkloosheid blijven vrije, gesubsidieerde verzekeringen. Pas na de Tweede Wereldoorlog bouwde de overheid een compleet stelsel van sociale zekerheid uit dat gebaseerd was op verplichte bijdragen.