‘t Is geen loterij... Iedereen wint erbij!

Je ziekteverzekering verzwakt

Het grootste budget van de sociale zekerheid gaat naar gezondheidszorg. Het gevolg is dat dit budget het meest geviseerd wordt als besparingspost. De regering-Michel grijpt dan ook drastisch in:

  • Groeinorm verlaagd

In principe - en volgens de wet - is het voorzien dat het budget van de gezondheidszorg met 4,5% stijgt per jaar om de stijging van de uitgaven te kunnen opvangen, want:

  • de bevolking neemt toe en veroudert,
  • de technieken verfijnen en apparatuur wordt steeds duurder.

Deze groeinorm van de uitgaven voor de gezondheidszorg werd al teruggebracht naar 3% en daarna nog eens naar 1,5% per jaar (sinds 1 januari 2015).

  • Uitsluitingen van derde betaler

Via de ‘sociale derde betaler’ moeten gezinnen met een laag inkomen (zij hebben recht op een verhoogde tegemoetkoming) slechts 1 euro betalen bij de huisarts. Deze kan zijn ereloon laten terugbetalen door het ziekenfonds.

De sociale derde betaler werd verplicht gemaakt voor de prestaties van huisartsen op 1 juli 2015 (in plaats van 1 januari 2015) maar chronische ziekten zijn daarvan uitgesloten, hoewel dit werd voorzien in een wet uit 2012. Ook de prestaties van tandartsen werden uitgesloten. Dus het systeem van derde betaler is niet algemeen wat een bijzonder pijnpunt is.

  • Langere wachttijd

Om recht te hebben op een uitkering voor arbeidsongeschiktheid moet je nu eerst een wachttijd van 6 maanden doorlopen. In de toekomst wordt dat 12 maanden.

  • Werklozen bestraft

De eerste zes maanden is de uitkering die men ontvangt bij ziekte gelijk aan je werkloosheidsuitkering tenzij die werkloosheidsuitkering hoger is dan de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Die arbeidsongeschiktheidsuitkering is gelijk aan 60% van het brutoloon waarop de werkloosheidsuitkering werd berekend.

In het begin van de werkloosheid ontvangt men een uitkering aan 65% van zijn laatste brutoloon. Als iemand na zijn eerste maand werkloosheid ziek wordt, ontvangt die dus een lagere uitkering dan zijn werkloosheid want slechts 60% van dat brutoloon.

Vanaf de zevende maand ziekte ontvangt men 60% van het brutoloon waarop de werkloosheidsuitkering berekend werd.

  • Verminderde uitkeringen

Als je als werknemer ziek wordt, dan wordt het bedrag van je arbeidsongeschiktheidsuitkeringen berekend op basis van een referentieperiode van 4 kwartalen (of 12 maanden) die voorafgaan aan het kwartaal waarin je ziek werd. En dus niet langer op basis van de gemiddelde dagvergoeding waarop je recht hebt op de dag waarop je arbeidsongeschikt werd.

Concreet betekent dat voor jou dat je uitkering lager zal zijn, als je in de loop van die 12 maanden de pech had om werkloos te zijn of bijvoorbeeld uitzendwerk hebt gedaan. Voor de overheid is dat een besparingsoperatie want er zal minder aan uitkeringen moeten betaald worden.