‘t Is geen loterij... Iedereen wint erbij!

Brugpensioen

In de jaren 70 en 80 kenden we periodes van zware werkloosheid. Om jongeren voldoende kansen te geven op een job en oudere werknemers de mogelijkheid te bieden om vroeger dan de pensioenleeftijd te stoppen met werken (omdat op latere leeftijd blijven werken in bepaalde sectoren niet realistisch is), werd het brugpensioen uitgewerkt.

De werknemer ontvangt een werkloosheidsvergoeding en de werkgever betaalt een toeslag gelijk aan de helft van het verschil tussen het nettoloon en de werkloosheidsuitkering. Op deze manier was mogelijk om onder bepaalde voorwaarden vanaf 60 jaar met brugpensioen te gaan, of op 58 jaar indien dit voorzien was in een collectieve arbeidsovereenkomst.

De leeftijd voor het brugpensioen kon zelfs vooruitgeschoven worden naar 54, 52 of 50 jaar wanneer er sprake was van een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering met collectief ontslag.

Bij brugpensioen gaat het altijd om ontslag, wat dus een beslissing van de werkgever is. Hij of zij ontslaat de werknemer die dan in het stelsel van brugpensioen treedt. Het gaat hier over oudere werknemers die na een lange loopbaan ontslagen worden omwille van economische redenen (bedrijf in moeilijkheden, in herstructurering) of omdat ze niet meer in staat zijn om hun job uit te oefenen.

Deze regeling heet nu stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). Met die naamsverandering wordt benadrukt dat het systeem niet de brug maakt naar het pensioen. Maar niet enkel de naam werd gewijzigd; ook het stelsel is nu onderhevig aan veel striktere voorwaarden waardoor brugpensioen steeds minder toegepast wordt.