‘t Is geen loterij... Iedereen wint erbij!

Vooroordelen over SWT

Heel eenvoudig om vroeger te stoppen met werken?

SWT wordt voorgesteld als een systeem waarbij iedereen zomaar vroeger kan stoppen met werken. Dat is natuurlijk niet het geval.

Eerst en vooral: bij SWT gaat het altijd om ontslag. Bovendien moet je een bepaalde leeftijd bereiken en voldoen aan de loopbaanvoorwaarden om toegang te hebben tot het SWT. Er zijn verschillende stelsels en de voorwaarden variëren.

Voor de algemene regeling (voor elke werknemer in de privésector) moet je minstens 62 jaar geweest zijn in 2015. Bijkomend moeten vrouwen een loopbaan van 31 jaar kunnen aantonen en mannen een loopbaan van 40 jaar. Voor vrouwen stijgt deze loopbaanvoorwaarde elk jaar met één jaar tot ze gelijkgetrokken is met de voorwaarde van mannen: 32 jaar in 2016, 33 in 2017,… tot 40 in 2024.

Voor de speciale regelingen (knelpuntberoepen, lange loopbanen...) is de minimumleeftijd 58 jaar met loopbaanvoorwaarden die variëren van 33 tot 40 jaar. Enkel wanneer het gaat om een herstructurering of een bedrijf in moeilijkheden is het SWT nog toegankelijk voor werknemers van minder dan 58 jaar. Maar ook voor deze regelingen is de leeftijdsvoorwaarde opgetrokken naar 60 jaar.

Eens SWT, altijd SWT?

De regelgeving bepaalt dat werknemers in het SWT de toeslag betaald door de ex-werkgever mogen behouden indien ze werk vinden. Zo lijden ze geen financieel verlies als ze beslissen terug aan het werk te gaan.

In de toekomst moeten bijna alle SWT’ers beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dat betekent dat ze individuele begeleid worden in hun zoektocht naar een nieuwe baan, maar ook dat ze gesanctioneerd kunnen worden als ze niet voldoende samenwerken.

Natuurlijk moeten we werknemers steunen die opnieuw aan het werk willen. Maar we mogen niet vergeten dat veel werknemers in het SWT niet meer in staat zijn om hun werk te doen op een manier die aanvaardbaar is. Het gaat om generaties van werknemers waarbij sommigen al aan hun loopbaan begonnen op de leeftijd van 16 jaar, vaak in fysiek zeer belastende beroepen. We kunnen van hen niet verwachten dat ze zomaar blijven werken tot de wettelijke pensioenleeftijd. En het zou bijzonder onrechtvaardig zijn dat zij zware financiële verliezen zouden moeten lijden wanneer ze niet meer in staat zijn om hun vak uit te oefenen.

Tenslotte blijft de discriminatie op basis van leeftijd een realiteit. Naast de vele vooroordelen over oudere werknemers (te traag, vaak afwezig) zijn er maar weinig werkgevers die bereid zijn een oudere werknemer in dienst te nemen omdat ze niet willen ‘investeren’ in de opleiding van een werknemer waarvan ze weten dat die maar voor een relatief korte duur in het bedrijf zal blijven. Als deze mentaliteit niet verandert, zullen de begeleiding en de verplichte beschikbaarheid niet veel zin hebben.

Kunnen die oudere werknemers beter niet met pensioen gaan?

 

Het rapport van de Expertencommissie over pensioenen stelt voor om het SWT en de landingsbanen te schrappen. Volgens deze experten zou het beter zijn om een systeem van deeltijds pensioen te voorzien, op één of twee jaar voor je met vervroegd pensioen kan, zodat langer werken mogelijk blijft.                   

Op het eerste zicht lijkt dat een logische oplossing. Maar er zijn ook voldoende tegenargumenten.

Het deeltijds pensioen kan niet in de plaats komen van de SWT omdat te laat komt of geen antwoord biedt voor mensen die de productiekadans niet meer aankunnen. Zonder het SWT-stelsel komen zij terecht in de werkloosheid of ziekte. De toeslag die door de werkgever wordt betaald bij SWT, beschermt de werknemer tegen een te groot inkomensverlies. Maar deze toeslag wordt ook gebruikt om de werkgevers te responsabliseren die werknemers ontslaan na een lange loopbaan in hun bedrijf. Het betalen van deze toeslag doet hen twee keer nadenken. Zo probeert men te vermijden dat werkgevers te snel en te gemakkelijk oudere werknemers aan de kant zet.

Vandaag zorgen de landingsbanen er voor dat je vanaf 60 jaar halftijds kunt werken tot aan je pensioenleeftijd. Die jaren worden voor de pensioenberekening meegeteld alsof je voltijds bent blijven werken. Ook worden de SWT-jaren gelijkgeschakeld voor de berekening van het wettelijk pensioen van de werknemer.

Dat betekent dus dat tijdens de periode van het SWT of landingsbaan de werknemer zijn pensioenrechten blijft aanvullen. Indien een werknemer vroeger dan de wettelijke pensioenleeftijd op een deeltijds pensioen aanspraak zou moeten maken, zal hij minder bijdragen en ook veel langer een pensioen uitbetaald krijgen. De expertencommissie wil namelijk dat het pensioenbedrag verlaagd wordt omdat men vroeger op pensioen gaat. De verantwoordelijkheid van de werkgever (die een toeslag bij SWT moet betalen), wordt in dit geval doorgeschoven naar de werknemer zelf (die maar half meer opbouwt voor zijn pensioen) én de sociale zekerheid (die de andere helft, via deeltijds pensioen zal uitbetalen).